In dierbare herinnering | Charles de Wolff | Musicusdoor Jolanda Zwoferink - Met toestemming overgenomen uit EREdienst, december 2011
Als ik de Mattheus Passion dirigeer, word ik zeer sterk aangegrepen door het evangelie en de illustratie die met name zoals Bach die geeft, vind ik dermate treffend dat je er niet meer omheen kunt. Als Bach in het Credo van de Hohe Messe de woorden: ‘begraven en nedergedaald ter helle’ vertolkt, en direct daarop aansluitend die bliksemende vertolking van het Resurrexit geeft, dan begin ik ineens iets te beseffen van wat de opstanding moet zijn. Muziek verhevigt het gesproken en gelezen woord.’
‘Wachet auf,’ ruft uns die Stimme
‘Wachet auf,’ ruft uns die Stimme
Der Wächter sehr hoch auf der Zinne,
‘Wach auf du Stadt Jerusalem!
Mitternacht heißt diese Stunde!’
Sie rufen uns mit hellem Munde:
‘Wo seid ihr klugen Jungfrauen?
Wohlauf, der Bräutigam kommt,
Steht auf, die Lampen nehmt!
Halleluja!
Macht euch bereit zur Hochzeitsfreud;
Ihr müsset ihm entgegengehen!’
Henco en ik waren in september 2005 nog geen vijf minuten bij Charles de Wolff uit Vierhouten vertrokken toen hem een herseninfarct trof. Alles was doorgesproken. Hij zou met zijn zoon Franco naar Dudelange in Luxemburg gaan om de Replay in te spelen van het symfonische Stahlhuth-Jann-orgel. Een techniek die nieuw voor hem was. Aanvankelijk was De Wolff daar geen voorstander van maar na uitleg dat het Replay System een exacte weergave geeft van de ingespeelde werken en in andere orgels van wereldformaat (zoals bijv. in de Notre-Dame van Parijs) reeds is aangebracht ging hij graag akkoord. De opname zou een half jaar later, in de zomer van 2006, gemaakt worden. Op de cd zouden de ‘Phantasie über den Choral “Wachet auf, ruft uns die Stimme”’ van Max Reger, de ‘Ad nos’ van Franz Liszt en de ‘Trois Danses’ van Jehan Alain komen te staan. In het blad de Orgelvriend vermeldde Charles de Wolff: ‘Ik heb me erbij neergelegd dat ik niet meer kan spelen. Ik hoef nu ook niet meer de beslissing te nemen wanneer ik moet stoppen met concerteren; die beslissing is voor mij genomen.’
Charles de Wolff werd op 19 juni 1932 in Mussel (gemeente Onstwedde) geboren. Als twaalfjarige jongen speelde hij de kerkdiensten van de gereformeerde Noorderkerk in Enschede, de kerk waar zijn vader predikant was. Zijn eerste orgellessen ontving hij van Harry Mayer in Enschede. Hij kreeg ook korte tijd les van Willem Mudde.
De Wolff studeerde orgel, piano, hoofdvak theorie der muziek en orkestdirectie aan de conservatoria in Utrecht en Amsterdam. Zijn orgeldocenten waren Stoffel van Viegen, George Stam en Anthon van der Horst. Hij slaagde in 1953 voor zijn eindexamen orgel (met onderscheiding voor virtuositeit), behaalde in 1954 de Prix d’Excellence en zette vervolgens zijn studie voort bij Jeanne Demessieux in Parijs. Van 1956 tot 1959 volgde hij de dirigentencursus van de Nederlandse Radio Unie onder leiding van Franco Ferrara en Albert Wolf. De Wolff toonde zich een enthousiast pleitbezorger voor nieuwe en experimentele muziek; deze inzet werd in 1965 bekroond met de eerste prijs in het Internationale Concours voor vertolkers van hedendaagse muziek. In 1988 reikte de Académie Française hem tijdens een orgelconcert in de Grote Kerk van Naarden een onderscheiding uit vanwege zijn verdiensten voor de Franse (orgel-)muziek. Charles de Wolff gaf orgel-concerten op alle vooraanstaande instrumenten die Nederland rijk is en verzorgde eveneens recitals buiten de landsgrenzen. Daarnaast maakte hij een groot aantal radio- plaat- en cd-opnamen. Hij maakte vele lp’s en cd’s, t o.a. met orgelwerken van Johann Sebastian Bach, opgenomen op het Arp Schnitger-orgel van de Grote of St.-Michaëlskerk in Zwolle, werken van Max Reger en de ‘Orgelsonate in c über Worte des 94. Psalm’ van Julius Reubke in de katholieke St.-Bavo in Haarlem, de ‘B.A.C.H.’ van Sigfrid Karg-Elert in de Eusebiuskerk van Arnhem, de ‘La Nativité du Seigneur’ van Olivier Messiaen aan het Schyven-orgel van de Notre-Dame de Laeken in Brussel en het complete orgelwerk van Anthon van der Horst op het Witte-orgel van de Grote Kerk in Gorinchem. Over Bachs Grote Orgelmis, uitgevoerd op het Schnitger-orgel in Zwolle, schrijft Chiel-Jan van Hofwegen in Kerk & Muziek na verschijning van de cd in 2006: ‘De Wolff speelt met grote gebaren en met een enorme zeggingskracht waarbij toch het poëtische element niet ontbreekt.’ Over de cd (2005) met Messiaens ‘La Nativité du Seigneur’ schrijft Gerco Schaap in de Orgelvriend: ‘De uitvoering kenmerkt zich door intensiteit, innerlijke rust en beeldende registraties. Hier is iemand aan het “woord” die meer dan een halve eeuw muzikale ervaring met zich meedraagt en de materie ten volle beheerst.’
In 1968 ontving Charles de Wolff een Edison voor de grammofoonplaat waarop hij o.a. de Passacaglia in c van Johann Sebastian Bach vertolkte, eveneens opgenomen in de Grote of St.-Michaëlskerk van Zwolle. In 1965 stelde Anthon van der Horst De Wolff aan als zijn opvolger en vaste dirigent van de Nederlandse Bachvereniging (na een breuk in 1983 overgegaan in Bachkoor Holland); met dat koor verzorgde hij tot in 1998 o.a. de jaarlijkse uitvoeringen van Bachs passionen in de Grote Kerk van Naarden en later in de Pieterskerk van Leiden.
In 1997 zei Charles de Wolff over de scheiding met de Nederlandse Bachvereniging in het Reformatorisch Dagblad: ‘Er was verschil van opvatting. Als gevolg van het intrekken van de structurele subsidie ging het mis. Het koor moest een soort kaartenbak-koor worden, dat uitvoeringen in verschillende samenstelling met verschillende dirigenten ging geven. Daar voelde ik niet voor en het koor evenmin. Op drie koorleden na zijn we toen opgestapt en als Bachkoor Holland verdergegaan. Na verloop van tijd vonden we onderdak in de Leidse Pieterskerk. Inmiddels zijn alle koorleden professionals en treedt het koor in verschillende formaties op. Het huidige koor van de Nederlandse Bachvereniging is ook een prima koor, al is de bezetting voor mijn gevoel een beetje dun. Mijn koorformatie zou wat groter zijn. Dat mag toch?’ Op de vraag van de interviewer, A.M. Alblas, of er verschil is, antwoordde De Wolff: ‘Kijk, de vraag blijft altijd tot hoever je in de tijd terug moet gaan. Dat is de grote discussie. Harnoncourt heeft met het Concertgebouw Orkest een aantal jaren hard aan klankcultuur en speelmanieren gewerkt. Met zo’n orkest kom je dan dicht bij de waarheid.’ A.M. Alblas: ‘Charles de Wolff is een romanticus gebleven?’ ‘Vertel mij eens wat een romantische uitvoering is? Voor mij is bijvoorbeeld Harnoncourt hét voorbeeld van inventiviteit en levendigheid. Hoor hoe hij Mozart dirigeert! Mag hij dan geen romanticus zijn? Zet een droogstoppel aan de muziek van Mozart. Is dat dan de waarheid?’
Tot aan de fusie met het Fries orkest in 1989 dirigeerde hij meer dan vijfentwintig jaar het Noordelijk Filharmonisch Orkest. Hoogtepunten in zijn indrukwekkende dirigentencarrière waren de uitvoering van Mozarts Krönungsmesse ter gelegenheid van de inhuldiging van prinses Beatrix als Koningin der Nederlanden in 1980, en het concert in 1989 met het Bachkoor Holland tijdens het officiële staatsbezoek aan ons land van de Amerikaanse president George W. Bush (Sn.)
Mijn vader, destijds woonachtig in Kampen, bezocht al sinds zijn jeugd de orgelconcerten van Charles de Wolff in de Michaëlskerk van Zwolle en was met name een groot bewonderaar van zijn Bach- en Regervertolkingen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij mijn broer Gert-Jan en mij in onze jeugd mee-nam naar de Oude Kerk van Ede, waar De Wolff ieder jaar twee keer concerteerde, waaronder altijd een concert met een Bachprogramma. Dat waren geweldige avonden. Het was indrukwekkend om te horen hoe hij allerhande orgelliteratuur stijlvol wist te vertalen naar het van Dam-orgel.
Charles de Wolff heb ik persoonlijk leren kennen tijdens een masterclass in de Haarlemse St.-Bavo en Gorinchemse Grote Kerk, waar hij gedurende een aantal dagen symfonische orgelliteratuur behandelde en zeer precies inging op speeltechniek en voordracht. Zijn technische gemak en analytisch inzicht stond me nog zeer helder voor de geest toen ik in 1996 samen met hem werkte aan de ‘Phantasie über den Choral “Straf mich nicht in deinem Zorn”’ van Reger. De Wolff - een heel betrokken mens - kwam luisteren toen ik in 1997 deze fantasie op mijn eindexamen (voor Docerend Musicus) in de Rotterdamse Laurenskerk speelde. Hij onderwees mij zeer nauwkeurig in het orgelspel volgens de methodiek van Marcel Dupré. Hij liet tijdens de lessen interessante voorbeelden zien van partituren met vingerzettingen en aantekeningen van Jeanne Demessieux uit zijn eigen studieperiode.
Na mijn eindexamens heb ik met De Wolff intensief gewerkt aan Bach-interpretatie. Wat hierbij opviel was zijn grote kennis over literatuur aangaande compositie en uitvoeringspraktijk in de barok. Ook bij de interpretatie van barokmuziek benadrukte hij dat slechts vanuit het legato-spel andere vormen van toucher (zoals non-legato in diverse gradaties) kunnen worden gerealiseerd. Gezien het zeer uitzonderlijke muzikale talent van Charles de Wolff hebben Henco en ik het altijd volkomen onbegrijpelijk gevonden dat geen enkel conservatorium hem als hoofdleraar voor orgel heeft aangesteld.
Zion hört die Wächter singen,
Das Herz tut ihr vor Freuden springen,
Sie wachet und steht eilend auf.
Ihr Freund kommt vom Himmel prächtig,
Von Gnaden stark, von Wahrheit mächtig;
Ihr Licht wird hell, ihr Stern geht auf.
Nun komm, du werte Kron,
Herr Jesu, Gottes Sohn!
Hosianna!
Wir folgen all zum Freudensaal
Und halten mit das Abendmahl.
Na vijfentwintig jaar keerde Charles de Wolff terug naar de Noorderkerk van Enschede. Hij werd daar wederom organist en speelde met veel zorg en toewijding de zondagse kerkdiensten. Tijdens de avondmaalsvieringen speelde hij het liefst de koralen van Bach. In een interview met dr. G. Puchinger voor het boek Christen en Kunst, gepubliceerd in 1971, zei De Wolff over het spelen van kerkdiensten: ‘Ik tracht in een voorspel een helder beeld te schetsen van de psalm of het gezang dat komt en daarmee acht ik mijn taak als improvisator beëindigd, aangezien het in de dienst nooit de hoofdzaak mag zijn. Ik moet er wel op wijzen dat mijn fantaseren op gezangen en koralen in het voorspel heel summier is; maar enkele minuten; ik speel de inleidingen altijd heel sober. Dat is in een gereformeerde kerk liturgisch bezien de beste oplossing.’
Op de vraag ‘Wat betekent het christelijk geloof voor u?’ antwoordde De Wolff: ‘Het christelijk geloof betekent in wezen voor mij alles en in mijn werk poog ik die boodschap uit te dragen.’ De vraag: ‘Hoe ziet u als kunstenaar het geloof?’ beantwoordde Charles de Wolff heel stellig: ‘Het geloof is een mysterie, een werk van de Heilige Geest, en het heeft met kunstenaarschap als zodanig weinig te maken.’ Vervolgens werd hem de vraag gesteld hoe hij als gelovige de kunst ziet. Daarop antwoordde hij: ‘Die vraag lijkt mij gemakkelijker dan de vorige, omdat hier de zaak omgedraaid ligt. De kunst, dacht ik, is een onderdeel van de schepping en de schepping zelf is een kunstwerk. Ik bedoel dus dit: de kunst is een wezenlijk onderdeel van de schepping en als zodanig behóór je daar dus als gelovige betrekkelijk weinig moeite mee te hebben. Als gelovige zou ik […] willen zeggen dat de kerk er tot nog toe praktisch niet in geslaagd is een juist evenwicht te scheppen tussen religie en kunst.’
De Wolff was een gelovig mens, leefde en musiceerde vanuit zijn christelijke gedachtegoed. De Bijbel las hij het liefste in de Statenvertaling, deze oude vertaling paste het beste bij hem. Bach was voor hem de vijfde evangelist. ‘Als ik de Mattheus Passion dirigeer, word ik zeer sterk aangegrepen door het evangelie en de illustratie die met name zoals Bach die geeft, vind ik dermate treffend dat je er niet meer omheen kunt. Als Bach in het Credo van de Hohe Messe de woorden: ‘begraven en nedergedaald ter helle’ vertolkt, en direct daarop aansluitend die bliksemende vertolking van het Resurrexit geeft, dan begin ik ineens iets te beseffen van wat de opstanding moet zijn. Muziek verhevigt het gesproken en gelezen woord.’
Charles de Wolff overleed op woensdag 23 november in een ziekenhuis te Zwolle waar hij terecht was gekomen nadat hij door een val zijn heup had gebroken. Een operatie was niet meer mogelijk. Op maandag 28 november is hij in besloten kring begraven op de begraafplaats te Enschede. Voorafgaand was er een dienst in de aula, geleid door ds. A. van Houdt uit Urk, de predikant met wie hij twintig jaar de diensten mocht verzorgen in de gereformeerd-vrijgemaakte Noorderkerk van Enschede.
We missen in Charles de Wolff een warm mens, een mens met persoonlijkheid, een zeer groot musicus. Wij wensen mw. De Wolff–Bosch, Franco, Charlotte & Tjibbe, Anne & Femke Gods zegen toe.
Gloria sei dir gesungen
Mit Menschen- und mit Engelzungen,
Mit Harfen und mit Zimbeln schön.
Von zwölf Perlen sind die Tore
An deiner Stadt, wir stehn im Chore
Der Engel hoch um deinen Thron.
Kein Aug hat je gespürt,
Kein Ohr hat mehr gehört
Solche Freude.
Des jauchzen wir und singen dir
Das Halleluja für und für.
Philipp Nicolai (1556-1608)